12-juli-2021

Naar aanleiding van de recente media aandacht rond het artikel in het Noord Hollandsdagblad van zaterdag 3 juli jongsleden over de latin wereld, vindt u onderstaand onze officiële reactie.

Officiële reactie

Als bestuur van de Nederlandse Bond van Dansleraren zullen we elke vorm van aanranding of seksuele intimidatie binnen de danswereld altijd bestrijden en doen wij alles aan de preventie van dit soort excessen. Wij staan voor een cultuur waar onze dansers, juryleden en leraren zich veilig voelen. Elke melding die wij op dit vlak krijgen nemen wij daarom zeer serieus en wij herkennen ons dan ook niet in het beeld van het artikel. Dat de heer Hogeveen geen gevolg zou hebben gegeven aan meldingen is niet juist. De uitgebreide gesprekken vonden plaats in een vertrouwelijke sfeer en zijn daarom ook als zodanig behandeld. De heer Hogeveen heeft een indringend gesprek gevoerd met de door mevrouw Koumans genoemde beschuldigden waarbij de aantijgingen ten stelligste werden ontkend. Daarop heeft de heer Hogeveen gevraagd om verdere medewerking van mevrouw Koumans in de genoemde kwestie om nader onderzoek te kunnen doen. Dit werd helaas door haar om haar moverende redenen geweigerd.

De Nederlandse Bond van Dansleraren kent tevens reeds enige jaren een officiële vertrouwenspersoon. Dit biedt de mogelijkheid om ten alle tijden contact op te nemen en kwesties te melden. Dit is duidelijk vermeld in onze brochure en op de website. We moeten vaststellen dat dit niet voor iedereen duidelijk blijkt te zijn en hier trekken wij lering uit. Gezien het onderwerp van het artikel hebben wij er voor gekozen om een vrouw te benoemen als extra vertrouwenspersoon. Deze staat inmiddels vermeld op onze website. We zullen dit opnieuw en nog duidelijker communiceren met alle dansers en ook onze leraren/ trainers vragen om dit nogmaals onder de aandacht te brengen. Daarnaast starten we een eigen onderzoek en zullen onze leden vragen om zich te melden bij misstanden en klachten. Tot dusver hebben wij daar geen signalen van opgevangen, ook niet na de media aandacht in de afgelopen weken. Wij wijzen er op dat een ieder het recht heeft om aangifte te doen en raden dat ook aan.

Tevens besteden wij in onze opleiding tot dansleraar/ trainer al decennia nadrukkelijk aandacht aan het fysieke aspect tussen danser en trainer. Als er sprake is van fysiek contact, moet dat met terughoudendheid gebeuren en altijd in overleg met de danser. Onze leerkrachten kennen hun verantwoordelijkheid. Ook hier geldt dat klachten zonder aanziens des persoons in behandeling worden genomen. Hiervoor wordt in voorkomende gevallen een speciale onderzoekscommissie aangesteld.

Tenslotte wordt de bredere cultuur binnen het stijldansen ter discussie gesteld. Ook hier wordt binnen onze opleiding uitgebreid aandacht aan besteed. Zo wordt er speciaal gekeken naar de relatie tussen leraar, danser en jurylid. Om deze relatie ook formeel zuiver te houden heeft de WDC voor haar geregistreerde juryleden een “code of conduct” en zijn de door u genoemde fenomenen herhaaldelijk onderwerp van gesprek.

Samenvattend herkennen wij ons als bestuur van de NBD niet in het algemene beeld dat geschetst wordt op basis van dit enkele geval. Dit geeft te denken over de kwaliteit van het onderzoek. Desalniettemin was het artikel aanleiding voor ons om dit nogmaals de nodige aandacht te geven zoals wij hebben beschreven. Juist vanwege de vorm van de activiteit en de traditionele samenstelling van een danspaar zijn “omgangsvormen” altijd een centraal thema geweest en is de rolverdeling binnen een paar gebaseerd op wederzijds respect. 

Het stijldansen waar de latin wereld deel van uitmaakt is een activiteit waar heel veel mensen plezier aan beleven en wij zullen er alles aan doen om dat zo te houden.

Met vriendelijke groeten,

Het bestuur van de N.B.D

 

 

Back to top